Status op 1 oktober 2026: voorstel, nog geen wet. Op 29 september 2026 kondigde het kabinet tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen een novelle aan op het Belastingplan 2027. Daarin gaat het heffingsvrij vermogen van €60.098 naar €30.846 per persoon, en het forfait op overige bezittingen van 6,37% naar 7,87%. De Tweede Kamer én de Eerste Kamer moeten hier vóór 31 december 2026 mee instemmen om het per 1 januari 2027 te laten gelden. Zolang dat niet is gebeurd, geldt €60.098.

Wat er precies verandert

Onderdeel 2026 2027 volgens de wet 2027 volgens het voorstel
Heffingsvrij vermogen € 59.357 € 60.098 € 30.846
Samen met fiscale partner € 118.714 € 120.196 € 61.692
Forfait overige bezittingen 6,00% 6,37% 7,87%
Tarief box 3 36% 36% 36%
Vrijstelling groene beleggingen € 26.715 € 200 € 200

Het heffingsvrij vermogen gaat dus met €29.252 omlaag — bijna de helft. Het bedrag van €30.846 brengt de grens terug op ongeveer het niveau van 2020. Het tarief blijft 36%: er verandert niets aan hoeveel je per euro rendement betaalt, alleen aan hoeveel van je vermogen meedoet.

Wat het kost bij alleen spaargeld

Zonder fiscale partner, zonder beleggingen en zonder schulden. De kolom 'voorstel' rekent met een forfait op spaargeld van 1,28%; dat percentage wordt pas na 2027 definitief vastgesteld.

Spaargeld Nu (wet 2027) Met het voorstel Erbij per jaar Per maand
€ 30.000 € 0 € 0 € 0 € 0
€ 40.000 € 0 € 42 + € 42 € 3,52
€ 50.000 € 0 € 88 + € 88 € 7,36
€ 60.000 € 0 € 134 + € 134 € 11,20
€ 75.000 € 69 € 203 + € 135 € 11,23
€ 100.000 € 184 € 319 + € 135 € 11,23
€ 150.000 € 414 € 549 + € 135 € 11,23
€ 250.000 € 875 € 1.010 + € 135 € 11,23

Boven de €75.000 is het extra bedrag constant: €29.252 verlaging × 0,46% effectieve druk op spaargeld = €134,79. Met een fiscale partner is dat het dubbele, ongeveer €270 per jaar.

Wat het kost met beleggingen

Hier bijt het harder, want naast het lagere heffingsvrij vermogen gaat ook het forfait omhoog: van 6,37% naar 7,87%. De effectieve druk op beleggingen stijgt daarmee van 2,29% naar 2,83% van het belaste vermogen.

Beleggingen of tweede woning Nu (wet 2027) Met het voorstel Erbij per jaar
€ 50.000 € 0 € 543 + € 543
€ 100.000 € 915 € 1.959 + € 1.044
€ 150.000 € 2.062 € 3.376 + € 1.314
€ 300.000 € 5.501 € 7.626 + € 2.124
€ 500.000 € 10.088 € 13.292 + € 3.204
Reken het door voor je eigen situatie. Heb je een combinatie van spaargeld, beleggingen en schulden, of een fiscale partner? Dan is de uitkomst niet uit een tabel te lezen. De box 3-calculator zet de drie scenario's naast elkaar: 2026, 2027 volgens de wet en 2027 volgens het voorstel.

Waarom het kabinet dit voorstelt

De verlaging staat niet op zichzelf. Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 omgooien naar belasting over het werkelijke resultaat: een vermogenswinstbelasting op aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten, waarbij je pas betaalt als je verkoopt. Vastgoed volgt per 2030.

Dat nieuwe stelsel levert minder op dan het forfaitaire: er ontstaat een gat van ruim €3 miljard per jaar in 2028 en 2029. Dat moet volgens de begrotingsregels binnen box 2 en box 3 worden gedekt. De verlaging van het heffingsvrij vermogen is daar een onderdeel van en moet in 2027 ongeveer €396 miljoen opleveren. Naar schatting 850.000 mensen gaan daardoor voor het eerst box 3-belasting betalen.

In hetzelfde pakket zitten ook maatregelen in box 2: het tarief in de tweede schijf gaat voor vier jaar van 31% naar 29,2%, en de drempel voor excessief lenen bij je eigen bv gaat in vijf stappen van €80.000 omlaag, beginnend op €420.000 in 2027.

En vanaf 2028?

In het nieuwe stelsel verdwijnt het heffingsvrij vermogen helemaal. Daarvoor komt een heffingsvrij rendement van €1.000 per persoon in de plaats — in een eerder voorstel was dat nog €1.800. Dat is een wezenlijk ander idee: niet je vermogen blijft deels buiten de heffing, maar je eerste duizend euro opbrengst.

Voor spaarders scheelt dat minder dan het lijkt. Wie €50.000 spaart tegen 2% rente haalt precies €1.000 rente en betaalt dan nog niets. Daalt de rente, dan blijft er meer ruimte; stijgt de rente, dan betaal je eerder. Cryptovaluta en kunst blijven tot 2031 forfaitair belast.

Kun je nog iets doen voor 1 januari?

De peildatum is 1 januari 2027. Wat je op die dag bezit bepaalt je aanslag over heel 2027. Dat geeft een paar legale aanknopingspunten:

Niet doen: peildatumarbitrage. Geld kortstondig van je spaarrekening halen rond 1 januari en daarna terugstorten, of tijdelijk omzetten in iets wat buiten box 3 valt, is bij wet aangemerkt als peildatumarbitrage. Als er minder dan drie maanden tussen de omzetting en de terugzetting zit en er geen zakelijke reden voor is, draait de Belastingdienst het terug. Betaal ook geen belasting vooruit met als enig doel je vermogen te verlagen — dat werkt niet meer sinds 2023.
Let op de andere vermogensgrenzen. Box 3 is niet de enige plek waar je vermogen meetelt. Voor zorgtoeslag geldt in 2026 een vermogensgrens van €146.011 (alleenstaand) en €184.633 (met partner). Kom je daarboven, dan vervalt je toeslag volledig — dat kost meestal veel meer dan de box 3-belasting zelf.
Direct doorrekenen: Box 3 berekenen → Belastingplan 2027 → Meer calculators

Veelgestelde vragen

Wat wordt het heffingsvrij vermogen in 2027?

Volgens de wet zoals die er nu staat wordt het €60.098 per persoon. Het kabinet stelde op 29 september 2026 voor om dat te verlagen naar €30.846 per persoon en €61.692 voor fiscale partners. Dat voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer en is dus nog geen zekerheid.

Is het al zeker dat het heffingsvrij vermogen omlaag gaat?

Nee. Het voorstel is een novelle: een wijziging op het al ingediende wetsvoorstel Belastingplan 2027. Beide Kamers moeten er voor 31 december 2026 mee instemmen om het per 1 januari 2027 te laten ingaan. Zolang die stemmingen niet zijn geweest, staat de uitkomst niet vast.

Vanaf welk spaarbedrag ga je dan betalen?

Vanaf €30.846 als je geen fiscale partner hebt, en vanaf €61.692 samen. Dat is ruim €29.000 lager dan nu. Veel mensen die nu niets betalen in box 3, krijgen dan voor het eerst een aanslag — het kabinet rekent op ongeveer 850.000 mensen extra.

Hoeveel gaat het mij kosten?

Voor spaarders boven de €75.000 komt het neer op ongeveer €135 per jaar extra, of €270 samen met een fiscale partner. Heb je minder, dan is het bedrag lager: bij €50.000 spaargeld ongeveer €88. Heb je beleggingen of een tweede woning, dan loopt het verder op, omdat ook het forfait op overige bezittingen stijgt van 6,37% naar 7,87%.

Waarom verlaagt het kabinet het heffingsvrij vermogen?

Om de overgang naar het nieuwe box 3-stelsel per 2028 te betalen. Dat stelsel belast het werkelijke resultaat en levert minder op, een gat van ruim €3 miljard per jaar. De verlaging van het heffingsvrij vermogen moet in 2027 ongeveer €396 miljoen opbrengen.

Wat is de peildatum?

1 januari. Je vermogen op 1 januari 2027 bepaalt je aanslag over heel 2027. Geld dat je in februari opneemt of uitgeeft verandert daar niets meer aan.

Kan ik nog iets doen voor 1 januari?

Binnen de regels zijn er een paar legale opties: een geplande grote aankoop of aflossing vóór de peildatum doen, of een extra storting in een lijfrente of pensioenproduct (dat valt buiten box 3). Schuif geen geld rond met als enig doel de peildatum te omzeilen — kortstondig onttrekken en daarna terugstorten ziet de Belastingdienst als peildatumarbitrage en wordt gecorrigeerd.

Bijgewerkt: 1 oktober 2026 · Gebaseerd op het wetsvoorstel Belastingplan 2027 en de novelle die het kabinet op 29 september 2026 aankondigde tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Alle bedragen in de tabellen zijn nagerekend met het box 3-rekenmodel en getoetst aan de gepubliceerde rekenvoorbeelden.
* De forfaits voor spaargeld en schulden over 2027 zijn nog niet vastgesteld; de tabellen rekenen met 1,28% respectievelijk 2,70%. Geen rechten te ontlenen aan deze berekening.
Bronnen: Rijksoverheid, Belastingdienst, Tweede Kamer. Twijfel je? Bel de BelastingTelefoon: 0800 - 0543 (gratis).