Box 3 berekenen
Wat betaal je over je spaargeld en beleggingen? Met de cijfers van 2026 en de plannen voor 2027.
Jouw vermogen in de drie scenario's
| Scenario | Heffingsvrij vermogen | Belasting per jaar |
|---|---|---|
| 2026 (vastgesteld) | €59.357 | €0 |
| 2027 — huidige wet | €60.098 | €0 |
| 2027 — kabinetsvoorstel | €30.846 | €0 |
Hoe box 3 werkt
Box 3 is de belasting op je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, cryptovaluta. De Belastingdienst kijkt daarbij niet naar je werkelijke rente of koerswinst, maar rekent met een forfaitair rendement: een percentage dat de wet per soort bezitting vaststelt. Over dat aangenomen rendement betaal je 36% belasting.
Peildatum is 1 januari. Wat je op die dag bezit bepaalt je aanslag over dat hele jaar — stort je in maart een erfenis op je spaarrekening, dan telt die pas mee voor het jaar daarna.
De berekening in vijf stappen
Neem iemand zonder fiscale partner met €50.000 spaargeld en €50.000 aan beleggingen in 2026:
- Bezittingen min schulden geeft de rendementsgrondslag: €100.000.
- Forfaitair rendement: €50.000 × 1,28% = €640 over het spaargeld, plus €50.000 × 6,00% = €3.000 over de beleggingen. Samen €3.640.
- Gemiddeld rendementspercentage: €3.640 ÷ €100.000 = 3,64%.
- Heffingsvrij vermogen eraf: €100.000 − €59.357 = €40.643. Dat is de grondslag sparen en beleggen.
- Belasting: €40.643 × 3,64% = €1.479 belastbaar voordeel, daarvan 36% = €533.
De truc zit in stap 3 en 4: het heffingsvrij vermogen gaat van je vermogen af, niet van je rendement. Het gemiddelde percentage over je hele vermogen wordt daarna toegepast op wat overblijft.
De cijfers per jaar
* De forfaits voor spaargeld en schulden zijn voorlopig. Ze worden achteraf vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente — die van 2026 pas rond februari 2027. Voor 2027 is nog niets bekend; de calculator rekent daar met 1,28% en 2,70%, net als de meeste publicaties. Komt de spaarrente hoger uit, dan valt je aanslag hoger uit dan hier berekend.
Wat je betaalt over spaargeld
Alleen spaargeld, geen beleggingen, geen schulden, zonder fiscale partner:
Boven de €75.000 is het verschil een vast bedrag van ongeveer €135 per jaar: de verlaging van het heffingsvrij vermogen (€29.252) maal de effectieve druk op spaargeld (0,46%). Onder die grens is het verschil kleiner, omdat je in de huidige wet nog helemaal niets betaalt.
Wat je betaalt over beleggingen
Bij beleggingen, een tweede woning of crypto telt niet alleen het lagere heffingsvrij vermogen mee, maar ook het hogere forfait. Daar loopt het verschil fors op:
Wat is spaargeld en wat is 'overige bezittingen'?
Het onderscheid bepaalt met welk forfait je rekent, en dat scheelt een factor vijf. De wet is hier strikt:
- Banktegoeden (1,28%): spaarrekeningen, betaalrekeningen, depositorekeningen, contant geld boven €672, en tegoeden bij buitenlandse banken.
- Overige bezittingen (6,00%): aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, een tweede woning of vakantiehuis, verhuurd vastgoed, cryptovaluta, uitgeleend geld, contante vorderingen en het niet-vrijgestelde deel van groene beleggingen.
Een beleggingsrekening met een cashsaldo valt dus uiteen: het cashdeel is een banktegoed, de effecten zijn overige bezittingen. Cryptovaluta vallen altijd onder overige bezittingen — ook stablecoins.
Wat níet in box 3 zit
Je eigen woning en de hypotheek daarop vallen in box 1. Een aanmerkelijk belang van 5% of meer in een bv valt in box 2. Verder blijven buiten box 3: je auto, inboedel, sieraden, kunst en wetenschappelijke voorwerpen (zolang je ze niet als belegging aanhoudt), opgebouwd pensioen, lijfrentes, en landgoederen, bossen en natuurterreinen onder de Natuurschoonwet.
Vrijstellingen in 2026
De vrijstelling voor groene beleggingen gaat per 1 januari 2027 omlaag naar €200 per persoon (€400 samen) en verdwijnt per 2028 helemaal, samen met de bijbehorende heffingskorting.
En vanaf 2028?
Het forfaitaire stelsel is op zijn einde. Het kabinet wil vanaf 2028 belasten op basis van het werkelijke resultaat. Voor aandelen, obligaties, opties en andere financiële instrumenten komt er een vermogenswinstbelasting: je betaalt pas als je verkoopt, niet over een waardestijging op papier. Vastgoed volgt per 2030; cryptovaluta en kunst blijven tot 2031 forfaitair.
In dat stelsel verdwijnt het heffingsvrij vermogen. In plaats daarvan komt een heffingsvrij rendement van €1.000 per persoon — eerder was €1.800 voorgesteld. Wie €50.000 spaart tegen 2% rente zit met €1.000 rente precies op die grens. Ook dit is nog een voorstel.
Veelgestelde vragen
Vanaf welk bedrag betaal je belasting over spaargeld?
In 2026 betaal je box 3-belasting over het deel van je vermogen boven €59.357, of boven €118.714 met een fiscale partner. Het kabinet stelde op 29 september 2026 voor om die grens in 2027 te verlagen naar €30.846 per persoon (€61.692 samen). Dat voorstel is nog geen wet: de Tweede en Eerste Kamer moeten er voor het eind van 2026 over beslissen.
Hoeveel belasting betaal je over €100.000 spaargeld?
In 2026 ongeveer €187. Onder de huidige wet voor 2027 is dat ongeveer €184. Gaat het kabinetsvoorstel door, dan wordt het ongeveer €319 — zo'n €135 meer. De berekening gaat uit van een forfaitair rendement op spaargeld van 1,28%; dat percentage wordt pas na het jaar definitief vastgesteld.
Hoe werkt de box 3-berekening precies?
De Belastingdienst gaat niet uit van je werkelijke rente of koerswinst, maar van een forfaitair (aangenomen) rendement per soort bezitting. Dat rendement wordt opgeteld, verdeeld over je totale vermogen en vervolgens toegepast op het deel boven het heffingsvrij vermogen. Over die uitkomst betaal je 36% belasting.
Wat als mijn werkelijke rendement lager is dan het forfait?
Dan mag je via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement opgeven met het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Je rekent dan je hele vermogen door, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Kosten mag je niet aftrekken — alleen rente over box 3-schulden — en het heffingsvrij vermogen geldt niet. Het loont vooral voor spaarders in jaren met lage rente en voor beleggers met verlies.
Welk tarief geldt in box 3?
Het tarief is 36% in 2026 en blijft ook in 2027 36%. Dat tarief betaal je niet over je vermogen, maar over het forfaitair berekende rendement. Over spaargeld komt dat in 2026 neer op ongeveer 0,46% van het bedrag boven het heffingsvrij vermogen; over beleggingen op 2,16%.
Mag ik mijn schulden aftrekken in box 3?
Ja, maar alleen het deel boven de schuldendrempel van €3.800 per persoon (€7.600 met fiscale partner). Je hypotheek voor je eigen woning hoort niet in box 3 maar in box 1. Over aftrekbare schulden rekent de Belastingdienst een forfaitaire rente van 2,70% (2026), die van je rendement af gaat.
Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?
Het kabinet wil vanaf 2028 overstappen op belasting over het werkelijke resultaat. Voor aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten geldt dan een vermogenswinstbelasting: je betaalt pas bij verkoop. Het heffingsvrij vermogen verdwijnt en wordt vervangen door een heffingsvrij rendement van €1.000 per persoon. Voor vastgoed gaat dit pas per 2030 gelden.
Gerelateerde berekeningen
Bijgewerkt: 1 oktober 2026 · Rekenmodel op basis van de officiële box 3-parameters 2026 en het Belastingplan 2027, inclusief de novelle van 29 september 2026. Het model is nagerekend tegen de gepubliceerde rekenvoorbeelden.
* Indicatieve berekening. De forfaits voor spaargeld en schulden zijn voorlopig en worden na het belastingjaar definitief vastgesteld. Geen rechten te ontlenen aan deze berekening.
Bronnen: Belastingdienst, Rijksoverheid, Consumentenbond. Twijfel je? Bel de BelastingTelefoon: 0800 - 0543 (gratis).