| Aftoppingsgrens |
Grens in de huurtoeslag waarboven je een groter deel van de huur zelf betaalt. Niet te verwarren met de afbouwgrenzen in de heffingskortingen. |
| Algemene heffingskorting |
Korting op je te betalen belasting die iedereen krijgt. In 2026 maximaal €3.115. Vanaf een inkomen van €29.739 bouwt de korting af met 6,40% per euro, tot nul bij ongeveer €78.000. |
| Arbeidskorting |
Extra korting op je belasting voor wie werkt. In 2026 maximaal €5.685. De korting bouwt eerst op met je inkomen en vanaf €45.592 weer af met 6,51% per euro. Uitkeringen geven geen recht op arbeidskorting. |
| Bijtelling |
Bedrag dat bij je brutoloon wordt opgeteld omdat je een auto van de zaak privé gebruikt. Je krijgt dat geld niet, maar betaalt er wel belasting over. In 2026 is dat 22% van de cataloguswaarde, of 18% voor elektrische auto's tot €30.000. |
| Bijzonder tarief |
Het belastingtarief over eenmalige beloningen zoals vakantiegeld, een 13e maand, een bonus of overwerk. Het is hoger dan het tarief over je gewone salaris, omdat je heffingskortingen daar al volledig mee zijn verrekend. |
| Brutoloon |
Je salaris vóór aftrek van belasting en premies. Dit is het bedrag dat in je arbeidsovereenkomst staat. |
| Cataloguswaarde |
De oorspronkelijke nieuwprijs van een auto inclusief btw en bpm, zoals de fabrikant die publiceerde. De bijtelling wordt hierover berekend, ook als de auto tweedehands is. |
| Dagloon |
Je gemiddelde loon per werkdag, gebruikt door het UWV om de hoogte van WW, Ziektewet en zwangerschapsuitkering te bepalen. Het wordt berekend als je sv-jaarloon gedeeld door 261 werkdagen, met een maximum van €309,91 in 2026. |
| Deeltijdfactor |
Jouw contracturen gedeeld door de fulltime werkweek. Werk je 32 uur waar 40 uur fulltime is, dan is je deeltijdfactor 0,8 en verdien je 80% van het fulltime salaris. |
| Eindejaarsuitkering |
Een extra uitkering aan het eind van het jaar, uitgedrukt als percentage van je jaarsalaris. Bij 8,33% komt dat vrijwel overeen met een volledige 13e maand. |
| Fiscaal loon |
Het loon waarover de loonheffing wordt berekend. Dit is je brutoloon min de pensioenpremie die je zelf betaalt, plus een eventuele bijtelling voor een auto van de zaak. |
| Heffingskorting |
Verzamelnaam voor kortingen op je te betalen belasting. De belangrijkste zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Ze verlagen niet je inkomen, maar rechtstreeks je belasting. |
| Jaaropgave |
Het overzicht dat je werkgever je begin van het jaar stuurt, met je totale brutoloon, de ingehouden loonheffing en de verrekende heffingskortingen over het afgelopen jaar. |
| Loonheffing |
De verzamelnaam voor loonbelasting en premies volksverzekeringen die je werkgever inhoudt op je loon. Het is een voorheffing op je uiteindelijke inkomstenbelasting. |
| Loonheffingskorting |
De toepassing van je heffingskortingen via je werkgever. Je mag deze maar bij één werkgever tegelijk laten toepassen — doe je het bij twee, dan volgt een naheffing. |
| Marginaal tarief |
Het belastingpercentage dat je betaalt over je láátst verdiende euro. Dit ligt hoger dan je gemiddelde belastingdruk, omdat er bovenop het schijftarief vaak ook heffingskorting wordt afgebouwd. |
| Maximum dagloon |
De bovengrens waarover het UWV uitkeringen berekent. Sinds 1 juli 2026 is dat €309,91 per dag. Verdien je meer, dan wordt je uitkering op dit maximum afgetopt. |
| MKB-winstvrijstelling |
Vrijstelling voor ondernemers: een vast percentage van je winst blijft onbelast. In 2026 is dat 12,7%, toegepast na aftrek van de zelfstandigenaftrek. |
| Nettoloon |
Het bedrag dat daadwerkelijk op je rekening wordt gestort, na aftrek van loonheffing, pensioenpremie en eventuele andere inhoudingen. |
| Ouderenkorting |
Extra heffingskorting voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt. In 2026 maximaal €2.067, met afbouw van 15% per euro vanaf een inkomen van €46.002. |
| Rekenmaandloon |
Het maandloon dat wordt gebruikt om de transitievergoeding te berekenen: je brutosalaris inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen, dus ongeveer 108% van je kale maandloon. |
| SV-loon |
Het loon voor de sociale verzekeringen. Het vormt de basis voor je dagloon bij WW en ziekte, en wijkt af van je fiscaal loon doordat bijvoorbeeld pensioenpremie anders meetelt. |
| Tabelcorrectiefactor |
Het percentage waarmee de belastingschijven en heffingskortingen jaarlijks meestijgen met de inflatie. In 2027 wordt die correctie maar gedeeltelijk toegepast, waardoor je effectief meer belasting betaalt. |
| Toetsingsinkomen |
Het inkomen waarmee de Belastingdienst bepaalt of je recht hebt op toeslagen. Het is ongeveer je bruto jaarinkomen, meestal iets hoger omdat vakantiegeld meetelt. |
| Transitievergoeding |
Wettelijke vergoeding bij ontslag op initiatief van je werkgever: eenderde rekenmaandloon per gewerkt dienstjaar, in 2026 met een maximum van €102.000 of één jaarsalaris. |
| Vakantiegeld |
Wettelijk minimaal 8% van je bruto jaarloon, meestal uitbetaald in mei. Het wordt belast tegen het bijzonder tarief. |
| Vrijheidsbijdrage |
De naam voor de beperkte inflatiecorrectie in 2027 en 2028. De schijven schuiven maar 1,25% mee in plaats van 2,6%; het verschil gaat naar defensie. |
| Werkkostenregeling (WKR) |
Regeling waarmee je werkgever bepaalde vergoedingen onbelast mag geven, binnen een vrije ruimte die als percentage van de loonsom wordt berekend. |
| Zelfstandigenaftrek |
Aftrekpost voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium. In 2026 €1.200, dalend naar €900 in 2027. |
| Zvw-bijdrage |
Inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Bij werknemers betaalt de werkgever die; bij pensioen, AOW en winst uit onderneming wordt hij op jou ingehouden — in 2026 4,85% tot een inkomen van €79.409. |